Selecteer een pagina



Veranderingen in de Belgische liquidatiereserve

De Belgische regering heeft onlangs wijzigingen aangekondigd in de regels rond liquidatiereserves. Deze veranderingen, die vanaf een specifieke datum van kracht zullen zijn, hebben invloed op hoe bedrijven hun winsten kunnen aanwenden.

Liquidatiereserves zijn een manier voor bedrijven om een deel van hun winst te reserveren. Door een afzonderlijke belastingheffing van 10% op de nettoliquidatiereserve te betalen, kan een bedrijf dit geld later uitkeren zonder roerende voorheffing, of als een dividend met een verlaagde roerende voorheffing.

Ter illustratie, 10% op de nettoliquidatiereserve is gelijk aan 9,09% op de brutoliquidatiereserve. Als een bedrijf dus € 100.000 beschikbaar heeft, bedraagt de afzonderlijke heffing € 9.090,91 en de nettoliquidatiereserve € 90.909,09.

Onder de huidige regeling, als een uitkering plaatsvindt na een zogenaamde houdperiode van vijf jaar na de balansdatum van het jaar van aanleg, wordt er slechts 5% roerende voorheffing ingehouden. Op een eerdere uitkering is dat 20%.

De nieuwe regeling verhoogt het roerende voorheffingstarief van 5% tot 6,5%, maar verkort tegelijkertijd de houdperiode van vijf naar drie jaar. Het roerende voorheffingstarief voor een uitkering binnen de drie jaar stijgt van 20% tot 30%. Het vervroegd uitkeren van een liquidatiereserve wordt dus duurder dan een gewoon dividend!

Deze nieuwe regels zijn van toepassing op liquidatiereserves die vanaf 1 januari 2026 worden aangelegd (normaal gesproken met de winst van boekjaar 2025). Vanaf 1 juli 2025 moet bij de uitkering van liquidatiereserves die langer dan drie jaar, maar minder dan vijf jaar zijn behouden, slechts 6,5% roerende voorheffing worden ingehouden, in plaats van de huidige 20%.

De aankomende wijzigingen in de Belgische liquidatiereserve regelingen hebben aanzienlijke gevolgen voor hoe bedrijven hun winsten en belastingen beheren. Het is belangrijk voor bedrijven om deze wijzigingen te begrijpen en te plannen voor de toekomst.