aug 2, 2025 | Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting
Van eenmanszaak naar vennootschap: Zijn voorafbetaling een verplichting of een must?
Na jaren van toewijding als zelfstandige, heeft u de sprong gewaagd naar een vennootschap. Als eenmanszaak was u wellicht gewend aan het doen van vooruitbetalingen om een belastingverhoging te vermijden en mogelijk een belastingvermindering te verkrijgen. Maar hoe zit het nu u een vennootschap runt? Is het nog steeds voordelig om voorafbetalingen te doen?
Voorafbetalingen zijn in feite aanbetalingen op de te betalen vennootschapsbelasting. Hoewel voorafbetalingen niet wettelijk verplicht zijn, kan uw bedrijf een belastingverhoging krijgen als er geen of onvoldoende voorafbetalingen zijn gedaan. Kleine startende bedrijven kunnen echter in de eerste drie boekjaren na de oprichting van het bedrijf een vrijstelling van deze belastingverhoging krijgen.
Voorafbetalingen moeten in principe elk kwartaal worden gedaan. Voor het belastingjaar 2026 zijn de deadlines 10 april 2025, 10 juli 2025, 10 oktober 2025 en 22 december 2025. Het is belangrijk om op tijd de voorafbetalingen te doen, want uiterlijk op deze data moet de betaling op de rekening van de “Dienst Voorafbetalingen” staan.
Uw bedrijf moet inschatten hoeveel vennootschapsbelasting het zal verschuldigd zijn over het lopende boekjaar en de voorafbetalingen daarop afstemmen. Het is belangrijk om te weten dat voor de berekening van de vennootschapsbelasting er niet gekeken wordt naar de boekhoudkundige winst, maar naar de fiscale winst. Dit kan verschillen van de boekhoudkundige winst.
Als uw bedrijf niet klein is en niet meer in de eerste drie boekjaren zit, wordt niet of onvoldoende vooruitbetalen bestraft met een belastingverhoging. Het voordeel van op tijd en voldoende vooruitbetalen bestaat alleen uit het vermijden van de belastingverhoging.
aug 2, 2025 | Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting
Veranderingen in de Belgische liquidatiereserve
De Belgische regering heeft onlangs wijzigingen aangekondigd in de regels rond liquidatiereserves. Deze veranderingen, die vanaf een specifieke datum van kracht zullen zijn, hebben invloed op hoe bedrijven hun winsten kunnen aanwenden.
Liquidatiereserves zijn een manier voor bedrijven om een deel van hun winst te reserveren. Door een afzonderlijke belastingheffing van 10% op de nettoliquidatiereserve te betalen, kan een bedrijf dit geld later uitkeren zonder roerende voorheffing, of als een dividend met een verlaagde roerende voorheffing.
Ter illustratie, 10% op de nettoliquidatiereserve is gelijk aan 9,09% op de brutoliquidatiereserve. Als een bedrijf dus € 100.000 beschikbaar heeft, bedraagt de afzonderlijke heffing € 9.090,91 en de nettoliquidatiereserve € 90.909,09.
Onder de huidige regeling, als een uitkering plaatsvindt na een zogenaamde houdperiode van vijf jaar na de balansdatum van het jaar van aanleg, wordt er slechts 5% roerende voorheffing ingehouden. Op een eerdere uitkering is dat 20%.
De nieuwe regeling verhoogt het roerende voorheffingstarief van 5% tot 6,5%, maar verkort tegelijkertijd de houdperiode van vijf naar drie jaar. Het roerende voorheffingstarief voor een uitkering binnen de drie jaar stijgt van 20% tot 30%. Het vervroegd uitkeren van een liquidatiereserve wordt dus duurder dan een gewoon dividend!
Deze nieuwe regels zijn van toepassing op liquidatiereserves die vanaf 1 januari 2026 worden aangelegd (normaal gesproken met de winst van boekjaar 2025). Vanaf 1 juli 2025 moet bij de uitkering van liquidatiereserves die langer dan drie jaar, maar minder dan vijf jaar zijn behouden, slechts 6,5% roerende voorheffing worden ingehouden, in plaats van de huidige 20%.
De aankomende wijzigingen in de Belgische liquidatiereserve regelingen hebben aanzienlijke gevolgen voor hoe bedrijven hun winsten en belastingen beheren. Het is belangrijk voor bedrijven om deze wijzigingen te begrijpen en te plannen voor de toekomst.
jan 13, 2025 | Inkomstenbelasting, Personenbelasting
Het Koninklijk Besluit van 20 december 2024, dat de nieuwe regels voor investeringsaftrek vaststelt, is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2024. Dit besluit definieert specifiek welke investeringen in aanmerking komen voor de verhoogde thematische aftrek. Maar welke investeringen kwalificeren precies?
Wat houdt de investeringsaftrek in? Deze aftrek verlaagt de belastbare basis waarover belastingen moeten worden betaald.
Verwar de investeringsaftrek niet met afschrijvingen. Dit zijn twee verschillende stelsels.
De vernieuwde investeringsaftrek. De vorige investeringsaftrekregeling is herzien door de wet van 12 mei 2024 over diverse fiscale bepalingen.
Volgens de nieuwe regeling zijn er drie soorten investeringsaftrekken, waaronder de verhoogde thematische aftrek, die is ontworpen om milieuvriendelijke investeringen te stimuleren.
Hoeveel bedraagt de verhoogde thematische aftrek?
- 40% voor particulieren en kleine bedrijven (>< standaard aftrek van 10%),
- 30% voor andere bedrijven (>< standaard aftrek van 0%).
De thema’s voor investeringen zijn:
- efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie;
- koolstofvrij vervoer;
- milieubescherming;
- digitale ondersteuning.
Investeringen die in aanmerking komen. Voor elk van deze vier thema’s zijn er lijsten van vaste activa opgesteld die in aanmerking komen voor de verhoogde thematische aftrek, zoals vastgelegd in het KB van 20 december 2024.
Hier zijn enkele voorbeelden van in aanmerking komende investeringen:
- investeringen in nieuwe airconditioningapparatuur voor energiebesparing;
- aankoop van emissievrije vrachtwagens voor goederenvervoer;
- investeringen in waterbesparende apparaten;
- stimuleren van de vergroening van niet-openbare delen van een bedrijfslocatie;
- …
De nieuwe regeling is van toepassing op activa verworven of opgericht vanaf 1 januari 2025. De verhoogde thematische aftrek bedraagt 40% voor particulieren en kleine bedrijven en 30% voor andere bedrijven. Deze aftrek is van toepassing op activa verworven of opgericht vanaf 1 januari 2025. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten de investeringen op de lijsten van het Koninklijk Besluit van 20 december 2024 staan.
Bronnen:
Wet van 12.05.2024 betreffende diverse fiscale bepalingen, BS 29.05.2024
Koninklijk besluit van 20.12.2024, BS 31.12.2024 (investeringslijsten en uitsluitingslijst)
feb 23, 2024 | BTW, Inkomstenbelasting, Personenbelasting
België ondergaat in 2024 een reeks belangrijke fiscale veranderingen die zowel particulieren als bedrijven zullen beïnvloeden. Hieronder bespreek ik enkele van de meest opvallende wijzigingen.
1. Aanpassingen in aangiftetermijnen
Voor de personenbelasting via Tax-on-web geldt nu 15 juli voor niet-complexe aangiften en 16 oktober voor complexe aangiften. Voor vennootschapsbelasting of rechtspersonenbelasting is de uiterste indieningsdatum de laatste dag van de zevende maand na het afsluiten van het boekjaar. Indien het boekjaar eindigt op 31 december (of tot eind februari) is de indieningstermijn langer, namelijk 30 september van het aanslagjaar.
2. Nieuwe bijlageverplichting voor huur en zakelijke gebruiksrechten
Vanaf aanslagjaar 2024 is er een nieuwe bijlageverplichting wanneer huur als beroepskost wordt ingebracht. Dit geldt ook voor zakelijke gebruiksrechten. De verplichte gegevens moeten via een modelformulier bij de belastingaangifte worden gevoegd.
3. Wijzigingen in auteursrechten
Het fiscaal regime voor auteursrechten is in 2023 al aangepast en heeft ook in 2024 financiële beperkingen. Zo is er een plafond op de auteursrechtenvergoeding en mogen deze vergoedingen niet meer dan 40% van de totale verloning van een opdrachtgever bedragen. Vanaf 2025 daalt dit percentage verder naar 30%.
4. Uitbreiding van de kaaimantaks
In 2024 wordt het toepassingsgebied van de kaaimantaks uitgebreid, wat belangrijke gevolgen kan hebben voor Belgen met buitenlandse juridische structuren, zoals een vastgoedvennootschap in Frankrijk of een Nederlandse stichting administratiekantoor.
5. Modernisering van het geregistreerd kassasysteem
Er wordt een modernisering doorgevoerd in het geregistreerd kassasysteem, wat de uitbreiding naar andere sectoren dan de horeca en de invoering van realtime rapportering via een fiscale data module omvat.
6. Verhoging van registratierechten op erfpacht en opstal
Vanaf 2024 verhoogt het registratierecht op contracten voor erfpacht en opstal van 2% naar 5%.
7. Aanpassingen in btw en verlaagd btw-tarief warmtepompen
Het btw-tarief van 6% op afbraak en heropbouw is vanaf 2024 van toepassing in het hele land, met specifieke strenge voorwaarden. Ook is er een verlenging van het verlaagde btw-tarief voor de levering met installatie van warmtepompen tot eind 2024.
8. Nieuwe meldingsplicht voor aftrekmethode algemeen verhoudingsgetal
Gemengde belastingplichtigen die de aftrekmethode van het algemeen verhoudingsgetal gebruiken en dit toepasten op 31 december 2023, moeten vanaf 2024 de verhoudingsgetallen aan de belastingadministratie rapporteren via het formulier e604B.
Deze veranderingen tonen aan hoe belangrijk het is voor zowel particulieren als bedrijven om op de hoogte te blijven van de fiscale wetgeving en tijdig te plannen voor deze aanpassingen. Voor gedetailleerde informatie en specifiek advies is het raadzaam om contact op te nemen met ons.