dec 2, 2025 | BTW, Inkomstenbelasting, Personenbelasting, Vennootschapsbelasting
Na weken van intens overleg heeft de federale regering een definitief begrotingsakkoord bereikt. Het pakket bevat zowel besparingsmaatregelen als nieuwe inkomsten voor de schatkist. Naast enkele gerichte belastingverhogingen worden ook bestaande fiscale gunstregimes aangescherpt.
Inkomstenbelastingen
Versnelde belastingverlaging in de personenbelasting
De geplande verlaging van de personenbelasting wordt een jaar vroeger ingevoerd dan voorzien. In plaats van 2029 zal het gunstigere tarief al in 2028 van kracht worden. Zowel werknemers als ondernemers zullen daardoor sneller een netto-voordeel ervaren. De precieze technische uitwerking moet echter nog worden vastgelegd.
Aanpassingen aan VVPR-bis en de liquidatiereserves
Ondanks de eerdere wijzigingen via de programmawet van 18 juli 2025 voert de regering opnieuw aanpassingen door aan het VVPRbis-regime en het stelsel van liquidatiereserves.
-
-
Dividenden die vandaag aan 15% roerende voorheffing worden belast, zullen in de toekomst aan 18% worden onderworpen.
-
Voor liquidatiereserves uitgekeerd bij vereffening verandert er niets.
De regering motiveert deze aanpassing met de wens om het gebruik van managementvennootschappen als fiscaalvriendelijke uitkeringsstructuren verder te beperken. De exacte datum van inwerkingtreding is nog niet gekend, net zoals de vraag of het nieuwe tarief zal gelden bij de aanleg van de reserve of bij de latere uitkering.
Hervorming van het stelsel van auteursrechten
Het fiscaal gunstige regime voor auteursrechten wordt opnieuw ingeperkt. Het tarief van 15% blijft wel behouden, maar de forfaitaire kostenaftrek verdwijnt.
De huidige aftrek van 50% op de eerste schijf van 20.100 euro en 25% op de schijf tussen 20.100 en 40.190 euro wordt afgeschaft. Het stelsel blijft bestaan, maar wordt hierdoor aanmerkelijk minder voordelig.
Btw en diverse taksen
Hoewel een algemene btw-verhoging uitblijft, voert de regering wel gerichte stijgingen door:
Btw-verhogingen
-
Pesticiden: van 12% naar 21%.
-
Take-away, logies, campings, sport en ontspanning (o.a. festival- en filmtickets): van 6% naar 12%.
-
Gas: btw blijft ongewijzigd, maar de accijnzen op gas, stookolie en benzine stijgen; die op elektriciteit dalen.
Nieuwe en hogere taksen
-
Pakjestaks: 2 euro per pakket voor bestellingen afkomstig van niet-Europese webshops (zoals Shein, Temu, AliExpress).
-
Vliegtuigtaks:
-
Effectentaks: particulieren met meer dan één miljoen euro aan effecten betalen voortaan 0,30% in plaats van 0,15%, berekend op de gemiddelde waarde van de effectenrekening.
-
Nieuwe bankentaks: details moeten nog worden uitgewerkt.
Daarnaast versterkt de regering de strijd tegen fiscale fraude via de oprichting van een federaal fiscaal parket en de aanwerving van 377 extra inspecteurs.
Overige maatregelen
Naast de fiscale dossiers werden ook een aantal bredere socio-economische afspraken gemaakt:
-
Remgeld bij doktersbezoeken stijgt, al is het exacte bedrag nog onderwerp van overleg.
-
Indexering blijft behouden – er komt dus geen indexsprong.
-
Voor hogere lonen (boven 4.000 euro bruto) en pensioenen (boven 2.000 euro) wordt in 2026 en 2028 een ‘centenindex’ ingevoerd: een vaste bedragstoename in plaats van een procentuele verhoging.
De komende maanden worden de maatregelen omgezet in concrete wetteksten en wordt ook meer duidelijk over de exacte ingangsdata. Zodra er bijkomende informatie beschikbaar is, houden we u op de hoogte.
aug 2, 2025 | beroepskosten, BTW, Inkomstenbelasting
Belangrijke btw-wijzigingen in de bouwsector: 6% voor sloop en heropbouw, 21% voor verwarmingsketels
De recent aangenomen Programmawet 2025-2029 brengt enkele belangrijke fiscale veranderingen met zich mee, met name op het gebied van btw in de bouwsector. Deze wijzigingen zijn definitief van kracht vanaf de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad. Hier is wat u moet weten.
De Programmawet heeft een permanente regeling vastgesteld voor sloop en heropbouw aan 6% btw. Voorheen waren er twee overgangsregelingen van kracht van 1 januari 2024 tot 30 juni 2025:
- Klanten die een verbouwde woning kochten (bijvoorbeeld via een bouwpromotor) onder de tijdelijke regeling, konden nog steeds genieten van het 6%-tarief voor alle werkzaamheden die gefactureerd of betaald waren tot 30 juni 2025, mits de omgevingsvergunning voor 1 juli 2023 was aangevraagd.
- Klanten die in aanmerking kwamen voor de permanente regeling en een woning lieten slopen en heropbouwen, konden het 6%-tarief genieten voor alle werkzaamheden die gefactureerd of betaald waren tot 30 juni 2025, mits de omgevingsvergunning voor de heropgebouwde woning was aangevraagd voor 1 januari 2024.
Minister van Financiën Jambon heeft aangekondigd dat degenen die een woning slopen en heropbouwen (bijvoorbeeld via een bouwpromotor) ononderbroken kunnen blijven genieten van het verlaagde btw-tarief van 6% vanaf 1 juli 2025. Deze regeling is definitief vastgelegd in de Programmawet die op 18 juli 2025 is goedgekeurd.
Daarnaast wordt het huidige verlaagde btw-tarief van 6% voor de levering en installatie van verwarmingsketels op fossiele brandstoffen voor woningen ouder dan 10 jaar definitief verhoogd naar 21%. Ook deze wijziging wordt van kracht vanaf de publicatie van de Programmawet in het Belgisch Staatsblad.
De aangenomen Programmawet 2025-2029 introduceert belangrijke fiscale wijzigingen, met name in de bouwsector. Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van deze veranderingen, zoals de permanente regeling voor sloop en heropbouw aan 6% btw en de verhoging van het btw-tarief voor verwarmingsketels op fossiele brandstoffen naar 21%. Deze wijzigingen zijn van kracht vanaf de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.
aug 2, 2025 | beroepskosten, Inkomstenbelasting
Verhoging van de maximumwaarde van maaltijdcheques naar €10 vanaf 2026
De federale regering heeft in het regeerakkoord afgesproken om de waarde van maaltijdcheques te verhogen. Deze verandering, voorgesteld door minister van Werk David Clarinval, zal vanaf 1 januari 2026 van kracht zijn. Maar wat betekent dit precies voor u en uw werknemers?
Tot 31 december 2025 kunt u aan uw werknemers (en uzelf als bedrijfsleider) maaltijdcheques toekennen tot een maximum van €8 per dag. Deze cheques worden niet belast en er is geen RSZ verschuldigd. De werknemer betaalt minimaal €1,09 en u als werkgever mag maximaal €6,91 betalen. Het aantal cheques is afhankelijk van het aantal gewerkte dagen. Voor u is slechts €2 per cheque aftrekbaar als beroepskosten, hoewel dit nog steeds goedkoper is dan loon.
Vanaf 1 januari 2026 kunt u echter tot €10 per dag toekennen. De werknemer moet nog steeds minimaal €1,09 betalen en u als werkgever mag dan maximaal €8,91 betalen. Vanaf deze datum zou €4 per cheque aftrekbaar zijn als beroepskosten, in plaats van de huidige €2.
De toekenning en het bedrag van de cheques moeten nog steeds worden bepaald in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of een individuele overeenkomst. Het is ook belangrijk om te vermelden dat de verhoging van de maaltijdcheques samenhangt met de afschaffing van de ecocheques.
Vanaf 1 januari 2026 kunt u echter tot €10 per dag toekennen. De werknemer moet nog steeds minimaal €1,09 betalen en u als werkgever mag dan maximaal €8,91 betalen. Vanaf deze datum zou €4 per cheque aftrekbaar zijn als beroepskosten, in plaats van de huidige €2. Dit kan een aanzienlijke impact hebben op uw bedrijfskosten en de voordelen voor uw werknemers.
aug 2, 2025 | Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting
Van eenmanszaak naar vennootschap: Zijn voorafbetaling een verplichting of een must?
Na jaren van toewijding als zelfstandige, heeft u de sprong gewaagd naar een vennootschap. Als eenmanszaak was u wellicht gewend aan het doen van vooruitbetalingen om een belastingverhoging te vermijden en mogelijk een belastingvermindering te verkrijgen. Maar hoe zit het nu u een vennootschap runt? Is het nog steeds voordelig om voorafbetalingen te doen?
Voorafbetalingen zijn in feite aanbetalingen op de te betalen vennootschapsbelasting. Hoewel voorafbetalingen niet wettelijk verplicht zijn, kan uw bedrijf een belastingverhoging krijgen als er geen of onvoldoende voorafbetalingen zijn gedaan. Kleine startende bedrijven kunnen echter in de eerste drie boekjaren na de oprichting van het bedrijf een vrijstelling van deze belastingverhoging krijgen.
Voorafbetalingen moeten in principe elk kwartaal worden gedaan. Voor het belastingjaar 2026 zijn de deadlines 10 april 2025, 10 juli 2025, 10 oktober 2025 en 22 december 2025. Het is belangrijk om op tijd de voorafbetalingen te doen, want uiterlijk op deze data moet de betaling op de rekening van de “Dienst Voorafbetalingen” staan.
Uw bedrijf moet inschatten hoeveel vennootschapsbelasting het zal verschuldigd zijn over het lopende boekjaar en de voorafbetalingen daarop afstemmen. Het is belangrijk om te weten dat voor de berekening van de vennootschapsbelasting er niet gekeken wordt naar de boekhoudkundige winst, maar naar de fiscale winst. Dit kan verschillen van de boekhoudkundige winst.
Als uw bedrijf niet klein is en niet meer in de eerste drie boekjaren zit, wordt niet of onvoldoende vooruitbetalen bestraft met een belastingverhoging. Het voordeel van op tijd en voldoende vooruitbetalen bestaat alleen uit het vermijden van de belastingverhoging.
aug 2, 2025 | Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting
Veranderingen in de Belgische liquidatiereserve
De Belgische regering heeft onlangs wijzigingen aangekondigd in de regels rond liquidatiereserves. Deze veranderingen, die vanaf een specifieke datum van kracht zullen zijn, hebben invloed op hoe bedrijven hun winsten kunnen aanwenden.
Liquidatiereserves zijn een manier voor bedrijven om een deel van hun winst te reserveren. Door een afzonderlijke belastingheffing van 10% op de nettoliquidatiereserve te betalen, kan een bedrijf dit geld later uitkeren zonder roerende voorheffing, of als een dividend met een verlaagde roerende voorheffing.
Ter illustratie, 10% op de nettoliquidatiereserve is gelijk aan 9,09% op de brutoliquidatiereserve. Als een bedrijf dus € 100.000 beschikbaar heeft, bedraagt de afzonderlijke heffing € 9.090,91 en de nettoliquidatiereserve € 90.909,09.
Onder de huidige regeling, als een uitkering plaatsvindt na een zogenaamde houdperiode van vijf jaar na de balansdatum van het jaar van aanleg, wordt er slechts 5% roerende voorheffing ingehouden. Op een eerdere uitkering is dat 20%.
De nieuwe regeling verhoogt het roerende voorheffingstarief van 5% tot 6,5%, maar verkort tegelijkertijd de houdperiode van vijf naar drie jaar. Het roerende voorheffingstarief voor een uitkering binnen de drie jaar stijgt van 20% tot 30%. Het vervroegd uitkeren van een liquidatiereserve wordt dus duurder dan een gewoon dividend!
Deze nieuwe regels zijn van toepassing op liquidatiereserves die vanaf 1 januari 2026 worden aangelegd (normaal gesproken met de winst van boekjaar 2025). Vanaf 1 juli 2025 moet bij de uitkering van liquidatiereserves die langer dan drie jaar, maar minder dan vijf jaar zijn behouden, slechts 6,5% roerende voorheffing worden ingehouden, in plaats van de huidige 20%.
De aankomende wijzigingen in de Belgische liquidatiereserve regelingen hebben aanzienlijke gevolgen voor hoe bedrijven hun winsten en belastingen beheren. Het is belangrijk voor bedrijven om deze wijzigingen te begrijpen en te plannen voor de toekomst.
mrt 10, 2025 | beroepskosten, Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting
Overweeg je om je afgeschreven benzine- of dieselauto uit je vennootschap over te nemen voor persoonlijk gebruik? We bespreken hoe je dit kunt doen en hoe je extra middelen uit je bedrijf kunt halen om de kosten van de auto privé te dekken.
Waarom zou je de auto privé overnemen?
Het gaat niet om ‘vergroening’, aangezien de geleidelijke afschaffing van de aftrekbaarheid van de kosten van auto’s op fossiele brandstof alleen geldt voor auto’s die zijn gekocht, geleaset of gehuurd na 1 juli 2023. Als de auto al is afgeschreven, blijven de kosten aftrekbaar volgens de gramformule, zonder aftopping.
Hoewel de kosten nog gedeeltelijk aftrekbaar zijn, zijn de belangrijkste kosten, de afschrijvingen, weggevallen. Dit betekent dat je bedrijf minder belastingen bespaart met de auto dan toen deze nog niet was afgeschreven.
Het voordeel alle aard (VAA) stijgt omdat het wordt berekend op basis van de cataloguswaarde en een CO2-percentage. Hoewel de cataloguswaarde jaarlijks daalt met 6%, stijgt het CO2-percentage elk jaar. Dus je zal voor je ‘oude’ auto toch jaarlijks op een hoger VAA belast worden.
Hoe neem je de auto privé over?
Er zijn drie mogelijkheden: (1) de auto kopen; (2) de auto als loon in natura ontvangen; of (3) de auto als dividend in natura ontvangen. We zullen de belangrijkste overeenkomsten en verschillen kort uiteenzetten.
Wat zijn de overeenkomsten? In alle drie de gevallen moet de auto uit je bedrijf worden gehaald tegen de marktwaarde. Je bedrijf realiseert een meerwaarde, die belastbaar is in de mate dat de afschrijvingen aftrekbaar zijn geweest. De btw op de verkoop of de zogenaamde onttrekking wordt in principe berekend op de helft van de verkoopprijs of -waarde.
Wat zijn de verschillen? Als je de auto koopt, ben je de verkoopprijs verschuldigd aan je bedrijf, eventueel uitgesteld via je rekening-courant. Als je de auto als loon ontvangt, wordt de waarde van de auto als loon geboekt. Je betaalt er belastingen en sociale bijdragen op, maar het is volledig aftrekbaar voor je bedrijf. Een dividend in natura is niet aftrekbaar voor je bedrijf en er moet roerende voorheffing (rv) op betaald worden.
Tip: Als het dividend afkomstig is uit een liquidatiereserve van minstens vijf jaar oud, bedraagt de rv slechts 5%.
Let op: Voor een dividend in natura moet je in principe de rv betalen aan je bedrijf, die het dan aan de fiscus moet doorstorten. Als je dit niet doet, wordt aangenomen dat je bedrijf de rv in jouw plaats heeft betaald en wordt de rv berekend op de gebruteerde waarde van het dividend.
Extra geld uit je bedrijf halen:
Je kunt het weggevallen VAA vervangen door brutoloon in geld. Je loon in geld wordt dan verhoogd met het bedrag van het VAA, zonder dat je meer belastingen moet betalen.
Als je de auto voor je bedrijf blijft gebruiken, kun je een kilometervergoeding aanrekenen. Deze is voor jou belastingvrij.
Let op: Voor je bedrijf is dit een autokost die onder de ‘vergroening’ valt en dus maar voor enkele jaren meer (beperkt) aftrekbaar is.
Het overnemen van je bedrijfsauto voor privégebruik kan financieel voordelig zijn, maar het is belangrijk om alle factoren in overweging te nemen. Denk aan de fiscale gevolgen, de mogelijkheid om extra middelen uit je bedrijf te halen en de impact van de ‘vergroening’ van de autokosten.